Planeet Zee

Zwerfvuil Belgisch strand

 
Er zijn veel goede redenen om geen afval achter te laten op het strand © Jimmy Kets
 
Ieder jaar kan je langs onze kustlijn zo’n 64.000 kg afval vinden, dat is bijna 100 kg per kilometer strand. Meer dan 95% van het afval op onze stranden is plastic. En daarvan bestaat 80% uit de industriële plastic pellets. België scoort hiermee niet zo goed op de wereldlijst van propere stranden. Gezien de grote hoeveelheid afval op het strand, zijn kustgemeentes genoodzaakt om de stranden met een machine te reinigen, anders zou geen toerist meer een voet op het strand zetten!
 
Zwerfafval op het strand kent twee bronnen, ten eerste strandgebruikers die hun afval achterlaten en ten tweede afval dat uit zee aanspoelt. Het strand heeft natuurlijk een speciale interactie met de zee waarbij afval van het strand door de zee wordt weggespoeld, terwijl afval uit zee juist op land wordt achtergelaten. Het afval dat de zee op strand deponeerd spoelt uiteindelijk ook weer weg.
 
De Noordzee kun je geen propere zee noemen. In 2011 werd het drijvend afval in de Belgische Noordzee onderzocht. Net zoals op het strand bestond het uit zo'n 95% plastic. Ook op de zeebodem kwam plastic het meest voor. Het meeste zwerfvuil in de Noordzee bestaat uit visnetten, verpakkingen en zakjes. De hoeveelheid varieert naar de locatie. In het noorden werd minder afval gevonden, in het Engels Kanaal en aan het oosten van de Golf van Biskaije trof men de grootste hoeveelheid aan. De stromingen in de Noordzee en het weer zorgen voor deze verdelling van het marien zwerfvuil.
 
 
 
Zwerfvuil in de Noordzee, zo'n 20.000 stuks/km² (c) ILVO
 
Ongeveer de helft van het afval in de Noordzee komt van de scheepvaart en de visserij, denk maar aan touwen, netten en kluwen van visdraadjes (ook vispluis genoemd). Dit komt door slijtage of verlies in zee terecht. Van de andere helft van het afval kun je slechts voor een deel met zekerheid stellen dat het van toeristen op het strand komt, zoals de sigarettenpeuken, een stukje party ballon, rietjes, of verpakking die niet door zeewater werd aangetast. Het is dikwijls onmogelijk om de oorsprong van zwerfvuil te achterhalen. Het bestaat uit deels verweerd huishoudelijk afval zoals voedselverpakkingen, doppen en plastic bekertjes. Als de verpakking vreemde tekens heeft, is de kans reëel  dat het van de vele zeeschepen komt die onze wateren doorkruisen. Nog altijd gaat er afval uit de maritieme sector of van cruiseschepen overboord, dit terwijl dumping sinds 2011 verboden werd door de Internationale Maritieme Organisatie (IMO).
 
Hoeveel plastic komt er via de rivieren in zee? De Maas lost gemiddeld 15,000 stukjes plastic naar zee, dit terwijl de Maas als een vrij schone rivier wordt beschouwd. Iedere honderd meter rivieroever bevat volgens Nederlands onderzoek gemiddeld 40 drankverpakkingen. De universiteit van Antwerpen bekijkt in 2018 hoeveel stukken plastic er via de Schelde naar zee stromen. Ze zoeken naar betere manieren zoeken om onze rivieren te zuiveren. De hoeveelheid microplastics in het sediment werden enkele jaren geleden gemeten. Onderzoekers troffen meer microplastics aan in de Schelde dan in de Leie. Ook stroomafwaarts werd de hoogste concentratie microplastics in het sediment aangetroffen. Waterzuiveringsstations kunnen slechts de helft van de microplastics uit het afvalwater verwijderen. Naar schatting loost elke persoon zo'n 5500 microplastics per dag in het oppervlaktewater. Microplastics in het rivierwater bestuderen is nog moeilijker. Daar kan de technologie misschien een uitkomst bieden. De Belgische onderzoeksinstelling IMEC heeft hyperspectrale camera’s ontwikkeld die plastics in het water kunnen detecteren. De vzw Zero Plastic Rivers probeert de overheid, bedrijven en wetenschappers in België samen aan tafel te krijgen. Plasticvervuiling is een maatschappelijk probleem, en we krijgen het alleen opgelost als we allemaal samenwerken, aldus Zero Plastic Rivers.
 

Microplastics aangetroffen in het zand aan de Belgische kust. Er werden tot 390 deeltjes per kg zand aangetroffen.

© Michiel Claessens, Onderzoeksgroep Milieutoxicologie, UGent