Planeet Zee

Voedingsadditieven

Uit Iers mos (Chondrus crispus) winnen we carrageen. De polysachariden van dit roodwier zorgen voor stevigheid en houden veel water vast. © Seaweed.ie

Levensmiddelen uit de supermarkt bevatten bijna zo goed als allemaal additieven, de zogenoemde E-nummers.  We voegen  allerlei hulpstoffen aan onze voeding toe om deze te kleuren, meer smaak te geven, de zuurtegraad op peil te houden of de groei van micro-organismen tegen te houden. Het bekendste conserveringsmiddel is natuurlijk zout.  Zout verlaagt het vochtgehalte in voeding, en dat is dikke pech voor bacteriën die voldoende vocht nodig hebben om zich te vermenigvuldigen.

Uit zeewier winnen we carrageen (E407) en agar agar (E406). Carrageen is een verdikkingsmiddel en stabilisator voor voedingsmiddelen met een verhoogde viscositeit (stroperigheid) zoals chocolademelk, salade dressings, ijs en tandpasta. Het wordt ook gebruikt als gellering in snoep, charcuterie en hamburgers wat een positief effect heeft op de snijdbaarheid. Carrageen lijkt sterk op agar agar.  Agar agar is een vegetarisch alternatief voor gelatine in bv. confituur en pudding. Een ander verdikkingsmiddel uit zeewier is natriumalginaat (E401). Deze stof vinden we ook terug in het geneesmiddel Gaviscon dat de maag beschermt.

Onder de smaakmakers rekenen we het uit gefermenteerd zeewier geëxtraheerde mononatriumglutamaat (E621). Deze stof, ook gekend als Ve-tsin, geeft de speciale umami smaak aan Oosterse gerechten. E621 is waarschijnlijk het meest omstreden E-nummer. Het stimuleert de smaakpapillen waardoor je zin heb om er veel van te eten, net zoals het eten van een zakje chips. En je smaakpapillen geraken er zo aan gewend dat alles wat niet gekruid is met Ve-tsin flauw gaat smaken.

Maak gezonde fruitsnoepjes met agar agar.

Kook 150 ml fruitsap en 200 gram fruit. Voeg al roerend 5 gram agar agar toe en laat meekoken. Als het fruit zacht is geworden, mix je het geheel en het is klaar om in siliconenvormpjes te gieten. Laat opstuiven in de koelkast. Smakelijk © Tinneke Seys