Planeet Zee

Vanaf de zeereep van de Schipgatduinen in Koksijde ontdek je zeewaarts het droog strand, de vloedlijn en het nat strand. Op het nat strand volgen drie zwinnen gescheiden door twee strandruggen elkaar zeewaarts op. Het eerste zwin is bijna leeg en het tweede zwin loopt nog leeg via een mui. © Van Outryve R. 2011

Wanneer je buiten het toeristische seizoen op vakantie bent aan zee, kun je als je goed oplet, vaststellen dat het strand op verschillende plaatsen en tijdstippen er heel anders kan uitzien. 

Landwaarts wordt de kust begrensd door een duinengordel en/of de polders. De duinen zijn echter grotendeels verstoord door afgraving en bebouwing, ook zijn ze dikwijls afgescheiden van het strand door een zeedijk. De grootste duingebieden zijn nog terug te vinden aan de westkust (De Panne - Nieuwpoort – Koksijde met de Hoge Blekker (ca 33 m) als hoogste duin). Andere duinen bevinden zich aan de oostkust (Knokke) en middenkust (Bredene – De Haan). 

Wat de stranden betreft, onze zandstranden zijn opgebouwd uit een verzameling van reliëfelementen met elk hun eigen kenmerken en dynamiek. De reliëfvormen op het strand ontstaan meestal door verschillende complexe processen van erosie, transport en sedimentatie (afzetting van zand en slib). De grote structuren op het nat strand zijn de hoogwaterlijn (lijn waar de zee bij hoog tij aanspoelsels heeft afgezet), strandberm (ophoging met een zachte landwaartse en een steilere zeewaartse helling), zwinnen (ondiepe geulen parallel aan de laagwaterlijn die bij hoogwater vol lopen en bij laagwater leeg), strandruggen (een steile helling landwaarts en zachte helling zeewaarts), muien (kronkelende insnijding in strandrug waar zeewater met het getij op en afvloeit), muidelta’s (waaiervormige afzetting aan de voet van een mui), de laagwaterberm (ophoging die pas zichtbaar is bij eb) en de laagwaterlijn (grens van het laagwater bij eb). Op het nat strand werken vooral het getij, de stromingen en de golfslag in.

Op het droog strand (zone vanaf de hoogwaterlijn bij springtij) herkennen we de duinvoet en het steilere duinfront. Hier heeft de wind vrij spel met het fijne zand. De golven reiken enkel tot in de duinen bij stormweer.

Schematisch beeld van de voornaamste geomorfologische strandelementen © De Moor Guy 2006